Jan Zonder Vrees (Dijon °1371-1419) dankt zijn bijnaam aan zijn deelname van de kruistocht tegen de Ottomaanse sultan "Bayezid I", die het Hongaarse koninkrijk bedreigde.
Na de dood van zijn vader, Filips de Stoute, werd het Bourgondische grondgebied verdeeld onder zijn drie zonen. Zo werd Jan Zonder Vrees Hertog van Bourgondië, Graaf Van Vlaanderen en Graaf van Artesië.
In navolging van zijn vader bleef hij strijden tegen "de Armagnacs" om de macht van Frankrijk.
Toen hij in 1419 werd vermoord werd hij opgevolgd door Filips de Goede.

 

Veel straffer is het verhaal van zijn naamgenoot die in dezelfde periode bij zijn grootmoeder Neeltje in Antwerpen woonde.
Jan wou geen leerknaap worden, omdat hij te veel van de lieve vrijheid hield.
Dit wil niet zeggen dat hij zijne dagen in ledigheid sleet. Regelmatig ging hij naar eene der vlieten en bood er een schipper aan een handje te helpen bij het lossen der boot. Stemde de schipper toe en was het loon bedongen, dan stroopte Jan zijne mouwen op en toog zingend aan den arbeid. En dan stonden de toeschouwers verbaasd over het gemak waarmede hij vrachten optilde en wegdroeg, waarvoor twee kloeke werklieden de grootste krachts-inspanning van noode hadden.
Jan stond steeds klaar om een handje te helpen maar hij was de schrik van elke bandiet die door de Antwerpse straten doolde.
En die schelmen, die hing Jan met hun riem aan de lantaarns.